Historisch genootschap

Het Rijndorp

Een mysterieuze machine

Het Sint Willibrorduscollege is een relatief onbekend hoofdstuk in de geschiedenis van Katwijk aan den Rijn. Dit vermaarde katholieke gymnasium werd in 1831 gevestigd in het Heerenhuis aan de Overrijn en vertrok bijna honderd jaar later weer uit Katwijk. Dat het gymnasium in de vergetelheid is geraakt, is niet vreemd. Het was een gesloten instituut, sterk naar binnen gekeerd. Toch is het meer dan interessant. ‘Katwijk’ stond bijna honderd jaar lang synoniem voor een hoog aangeschreven opleidingsinstituut voor katholieke jongens van goede komaf. Het speelde een cruciale rol bij het herwinnen van invloed van het katholicisme in Nederland.

Wie aan ‘Katwijk’ mocht studeren, had een mooie toekomst voor zich. Hierover schreef ik al eens eerder. Voor deze editie leek het me interessant om te duiken in de spaarzame berichten die tussen 1831 en 1929 over het gymnasium in de krant verschenen. De aanleiding was een foto die mij werd toegestuurd door voormalig huisarts Henk Hueting.

Een foto uit het familie-archief

Onderstaande foto is genomen in het Heerenschoolbos achter de Wilbert. Op de foto zijn jezuïetenpaters te herkennen aan hun zwarte soutane (toog) en hun biretta, de karakteristieke zwarte hoofddeksels met vier punten. De jezuïetenpaters verzorgden het onderwijs op het gymnasium. Helemaal rechts staat Johan Hueting, zelfverzekerd in een witte lange jas, met snor en bolhoed. Hij was dorpsarts en de grootvader van voormalig huisarts Henk Hueting. Op de grond staat een grote houten kist, met ernaast een schep. De heren poseren rond een indrukwekkend apparaat, een soort ketel op wielen. Kennelijk was het apparaat in werking op het moment dat de foto werd gemaakt. De rook of stoom eromheen is goed te zien. Wat is dat toch voor een mysterieuze machine, vroegen wij ons af.

Huiduitslag en een frambozentong

Na enig speurwerk brachten enkele krantenberichten uitsluitsel. Wat bleek? Kort nadat de leerlingen in januari 1910 na de kerstvakantie naar het gymnasium waren teruggekeerd, constateerde huisarts Johan Hueting bij vier leerlingen roodvonk. In die tijd was roodvonk een gevreesde en besmettelijke kinderziekte die snel om zich heen greep en ernstige gevolgen kon hebben.

Kinderen met roodvonk kregen in eerste instantie koortsklachten met ernstige keelpijn en buikpijn. Later kregen ze huiduitslag die eruitzag als fijne, rode puntjes, die zich verspreidden over romp en ledematen. De wangen waren rood, met rond de mond een bleke zone. Kenmerkend was de zogenaamde frambozentong, een bobbelige tong die in het midden opvallend wit was.

Effectieve behandeling was er toen nauwelijks: penicilline werd pas in 1928 ontdekt door Alexander Fleming en werd pas rond 1940 medisch breed toegepast. Rond 1900 was de bacterietheorie nog maar net algemeen geaccepteerd. Men wist inmiddels dat roodvonk door een micro-organisme werd veroorzaakt en dat besmetting via kleding en beddengoed kon verlopen.

Quarantaine

Dat de schrik er goed in zat, bleek uit de maatregelen die werden genomen. Alle lessen werden direct stopgezet en de zieke leerlingen werden geïsoleerd in een aparte vleugel van het gebouw. De deur aan de binnenzijde werd dichtgemetseld om elke vorm van contact met de gezonde leerlingen in het gebouw uit te sluiten. Alleen de deur naar buiten toe werd opengelaten.

Slaapzaal met studenten van het Sint Willibrorduscollege

De volgende dag was het aantal besmettingen inmiddels opgelopen tot negen kinderen en werden er aanvullende maatregelen genomen. Er werd een Rijks-ziekenbarak opgezet in het Heerenschoolbos, een noodhospitaal waar de Broeders van Barmhartigheid van St. Joannes de Deo uit Utrecht de medische zorg over de zieke leerlingen op zich namen. Inmiddels had het nieuws ook de ouders bereikt. Voor 44 van de 160 jongens kwam er een verzoek of ze naar huis mochten vertrekken. Het gymnasium was namelijk een gesloten internaat en de leerlingen kwamen uit heel Nederland. De leerlingen mochten naar huis, maar niet zonder dat ze werden onderworpen aan een medische keuring om verdere verspreiding te voorkomen. Met de overige leerlingen werden de lessen voortgezet.

Uitroken

Om de ziekte te bedwingen werd het schoolgebouw vervolgens volledig uitgerookt, een methode waarvan men dacht dat die slechte lucht en kwalijke dampen kon verdrijven. Hoe effectief dat was, is maar de vraag. Het (beperkte) effect wordt tegenwoordig minder toegeschreven aan de rook zelf dan aan de neveneffecten. Zo werd het gebouw na het uitroken volledig gelucht en werden ‘besmette’ ruimtes vaak een tijdje gemeden vanwege de rooklucht.

De mysterieuze machine in het Heerenschoolbos had een vergelijkbare functie, maar was effectiever, mits correct gebruikt. Op het eerste gezicht lijkt het apparaat op een stoommachine of rookkast, maar in werkelijkheid is het een verrijdbare sterilisator of desinfectiewagen. De kleding en het beddengoed van de besmette leerlingen werden in de ketel van de sterilisator gestopt, waarna men met hete stoom de besmettelijke bacteriën uit de kleding trachtte te verdrijven. De stoom moest de kleding wel tot 70 à 80 graden verhitten en gedurende langere tijd inwerken, anders had het nauwelijks effect. De kist met de schep ernaast zal dus vermoedelijk gevuld zijn geweest met kolen.

Momentopname

Een week later dacht men dat de ziekte was uitgewoed, maar er dienden zich toch nog twee nieuwe patiënten aan. Opnieuw werden alle ouders gewaarschuwd. Dit leidde ertoe dat vrijwel alle leerlingen door hun ouders naar huis werden gehaald. Uiteindelijk bleef de teller steken op 15 zieke kinderen, 1 zieke pater en 1 zieke knecht. Roodvonk had, mede door het snelle handelen en de goede zorg van de paters, geen ernstige gevolgen voor de getroffenen.

Wat in eerste instantie een moeilijk te plaatsen foto leek, bleek na onderzoek een momentopname uit een tijd waarin men nog maar net begrip had van bacteriële ziekten, maar nog jaren verwijderd was van effectieve genezing met penicilline.

Dit artikel is eerder verschenen