Historisch genootschap

Het Rijndorp

De Knik in de Dorpskerk: Mysterie opgelost?

Oude kerken zijn fascinerende gebouwen. Vaak markeren ze de overgang van een gehucht naar een dorp en in de eeuwen daarna groeiden ze uit tot het hart van de gemeenschap – niet alleen als ontmoetingsplek, maar ook als centrum van geloof en samenleven. Aan de meeste kerkgebouwen is in de loop der tijd veel verbouwd, gesleuteld, toegevoegd en soms afgebroken. In elke aanbouw, grafzerk, kerkbank of baksteen zit wel een verhaal verborgen en niet zelden zijn aanpassingen en toevoegingen een uiting van de tijdgeest. Soms zijn er elementen aan het gebouw die nog niet ontdekt zijn of zelfs een mysterie zijn. De Dorpskerk in Katwijk aan den Rijn heeft ook verborgen geheimen. Eén van die geheimen is De Knik.

Een verborgen geheim in de Dorpskerk

Er zit namelijk een vreemde afwijking in het gebouw, heel onopvallend. Het is te zien als je de Dorpskerk vanuit de lucht bekijkt. Het schip en het koor staan niet netjes in lijn, er zit een knik in het gebouw. De daklijn van het koor buigt ietsje af ten opzichte van de daklijn van het schip. Een bouwfoutje misschien? Slordigheid? Gemakzucht? Dat is niet aannemelijk, want de bouwmeesters in de middeleeuwen hadden voldoende vakkennis en vaardigheden om het koor netjes in lijn met het schip te bouwen. Over deze afwijking is niets gedocumenteerd en het fascineert me. Welk verhaal gaat er schuil achter De Knik? Lukt het om dit mysterie te ontrafelen?

De daklijn van het koor van de Dorpskerk ligt niet geheel in lijn met het middenschip

Het gebogen hoofd van Christus

Een zoektocht op internet leert dat er weinig is te vinden over vergelijkbare afwijkingen in kerkgebouwen, maar gelukkig is er nog de Grote Kerk in Breda. Ook deze kerk vertoont een afwijking in de daklijn tussen het schip en het koor. Het koor wijkt iets af naar het noorden, slechts een paar graden. Een verklaring hiervoor zou zijn dat het kruisvormige gebouw het kruis van Christus symboliseert en dat de knik het gebogen hoofd van Christus uitbeeldt. Christus zou aan het kruis het hoofd naar rechts hebben laten hangen en die ‘knik’ zou vertolkt zijn in de bouw van de kerk.

De Grote Kerk in Breda

Voor deze uitleg is wat lenigheid en verbeeldingskracht nodig. Alleen als je in de kerk liggend naar het plafond kijkt dan buigt het koor af naar rechts maar vanuit de lucht gezien buigt het koor juist naar links. Deze hypothese heeft verder weinig grondslag en is later bekritiseerd en in onbruik geraakt. Als verklaring voor de knik in de Dorpskerk hebben we ook niks aan dit verhaal. Het koor van de Dorpskerk knikt namelijk precies de andere kant op, meer zuidwaarts in plaats van naar het noorden.

Dokkum als bedevaartsoord

Een andere verklaring die soms de kop opsteekt is dat het koor van de Dorpskerk in de richting van Dokkum is gebouwd omdat Bonifatius daar is vermoord. Dokkum was in de katholieke Nederlanden van voor de reformatie een belangrijk bedevaartsoord en dat zou verklaren waarom de daklijn van het koor zo afwijkt van het schip. Ook deze hypothese houdt helaas geen stand. Als je namelijk een lijn trekt vanaf de knik in de Dorpskerk in de richting van Dokkum dan loopt die lijn veel noordelijker dan de middenlijn van het koor, terwijl de daklijn van het koor juist iets naar het zuiden afbuigt. Goed verhaal dus, maar helaas te mooi om waar te zijn.

De ligging van Dokkum ten opzichte van de Dorpskerk

De oriëntatie van kerken

Toch is deze verklaring niet helemaal uit de lucht gegrepen. Kerken werden in de middeleeuwen namelijk niet zomaar in een willekeurige richting gebouwd, maar in een west-oost-oriëntering. De toren staat vrijwel altijd aan de westkant en het schip en het koor zijn naar het oosten gebouwd. De oriëntatie van kerkgebouwen lag dus min of meer vast. Er waren natuurlijk uitzonderingen, bijvoorbeeld wanneer een kerk in een stedelijke omgeving werd gebouwd. Dan had men soms door de omliggende bebouwing geen andere keus en moest de west-oost oriëntering worden losgelaten.

Deze west-oost oriëntering van kerkgebouwen wordt ook wel oosting genoemd. De oosting van kerkgebouwen heeft een historische achtergrond en een symbolische betekenis. Al in de prille lente van het Christendom deden gelovigen hun gebed richting het oosten, waar de zon opkomt. Dit gebruik vond haar oorsprong in de zonnecultus van andere geloven. Vroege christenen namen dit gebruik over en gaven vervolgens een nieuwe betekenis aan die gebedsrichting. Die nieuwe, christelijke betekenis is tweeledig: de hemelvaart van Christus en de toekomstige wederkomst.

Ook de Dorpskerk heeft een west-oost oriëntering. Het schip en het koor wijzen min of meer in de richting van het oosten, maar ook weer niet zo secuur als de Grote Kerk in Breda. De Dorpskerk wijkt veel meer af naar het noordoosten. Het schip staat namelijk op ongeveer 65 graden en het koor op ongeveer 75 graden, terwijl het exacte oosten op 90 graden ligt. Dat is toch wel een significante afwijking. Hoe bepaalde men het oosten bij het bouwen van een kerk? En ligt hierin de verklaring van De Knik verscholen? Laten we eens wat dieper graven.

De zon als kompas

Hoe bepaalde men het oosten in een tijd dat het kompas nog maar nauwelijks bekend was in Europa en de kerk het als een duivels instrument beschouwde? Dat is niet zo moeilijk, iedereen weet dat de zon in het westen ondergaat en opgaat in het oosten. Dus als je bij zonsopgang naar de horizon kijkt, dan heb je het oosten te pakken. Toch komt de zon maar twee keer per jaar precies op in het oosten, namelijk tijdens de lente- en herfstequinox. De rest van het jaar verschuift het opkomstpunt iets naar het noordoosten of zuidoosten, afhankelijk van het seizoen. U voelt, we komen al dichterbij een mogelijke verklaring voor De Knik. Maar voor het complete verhaal heeft u wat achtergrondkennis van de Dorpskerk nodig.

Figuur 2 De Dorpskerk in 1728 – A. de Haan

Van leprozenkapel naar parochiekerk

We gaan terug in de tijd en ik neem u mee maar de vroegst bekende bron over de Dorpskerk. Op 20 december 1295 werd er een officieel document ondertekend door het bisdom van Utrecht waarin verslag werd gedaan over een geschil tussen de (toen nog katholieke) kerk van Valkenburg en een eenvoudige kapel in Katwijk aan den Rijn. Katwijk viel toen nog onder de parochie van Valkenburg en alle inwoners moesten naar de kerk van Valkenburg om daar de mis te kunnen volgen. Op een zeker moment tekende de kerk van Valkenburg protest aan bij het bisdom omdat de kapel toestemming had gekregen de mis op te dragen voor de leprozen van Katwijk. De zorg van de Valkenburgers was dat ook gezonde Katwijkers de mis in de kapel zouden gaan volgen, waarmee de Valkenburgse parochie benadeeld zou worden.

Het bisdom liet onderzoek doen en stuurde twee afgevaardigden naar de Rijnmond om hoor en wederhoor te plegen. In Valkenburg werden de klokken geluid om de burgers bijeen te roepen en hun beklag aan te horen. In Katwijk aan den Rijn ontmoetten de afgevaardigden vrouw Hylla, haar gezonde echtgenoot en haar twee gezonde zonen. Hylla was zelf een leproos en zij verklaarde de kapel te hebben gebouwd voor haar eigen gebruik en dat van haar familie. Na zorgvuldige afweging door het bisdom werd besloten het recht om de mis in de kapel op te dragen in te trekken. Uit deze bron weten we dat de Dorpskerk haar oorsprong heeft in een kapel voor leprozen.

Een kleine honderd jaar later, op 10 november 1388, duikt er een bron op waaruit blijkt dat burggraaf Dirk van Van Wassenaer inmiddels eigenaar is geworden van deze kapel. In dit document draagt de burggraaf de kapel over aan het Duitse Huis van Utrecht, een geestelijke ridderorde die in de 12e eeuw in het Heilige Land was ontstaan.

Deze overdracht had als reden dat de kapel tot parochiekerk gewijd zou gaan worden. Dit hield in dat de mis voortaan in Katwijk aan den Rijn opgedragen mocht worden en dat de kerk van Valkenburg zou worden ‘afgewaardeerd’ tot kapel die onder de parochie van Katwijk zou gaan vallen. Een belangrijk moment dus in de geschiedenis van de Dorpskerk. Het voert te ver om hier dieper op in te gaan, maar onderstaand fragment is belangrijk in onze zoektocht naar de verklaring van de knik:

Dit fragment maakt namelijk duidelijk dat de kapel en het bijbehorende leprozenhospitaal destijds gewijd waren aan de heilige Maria (sente Marien). Maria was de patroonheilige van de kapel. Daarnaast werd ook het jus patronatus overgedragen, dat was het recht van een beschermheer om een “patroon” of een geestelijke voor te dragen voor een kerkelijke functie.

Het jaar 1388 markeert dus een belangrijk omslagpunt in de geschiedenis van de Dorpskerk. De Mariakapel werd overgedragen aan de Duitse Orde en werd gewijd tot parochiekerk waardoor Katwijk een zelfstandige parochie werd. De patroonheilige van de parochiekerk werd Johannes de Doper. In datzelfde jaar werd er een koor (coer) aan de kapel gebouwd, zo leert een andere oude bron:

Met de nieuw aangebouwde koorpartij werd de kapel opgenomen in de structuur van de parochiekerk. Belangrijk om te beseffen is dat het huidige middenschip van de Dorpskerk wordt beschouwd als het vroegere kapelgedeelte.

Terug naar de knik

De patroonheiligen van de kapel en de latere parochiekerk kunnen wel eens de sleutel zijn tot De Knik in de Dorpskerk. Zoals gezegd werden kerken oostwaarts gebouwd. De bouwrichting was echter zelden zuiver naar het oosten maar werd vaak bepaald door de plek waar de zon aan de oostelijke horizon tevoorschijn kwam op de heiligendag van de patroonheilige van de kerk. Wat maken we hieruit op?

Kort gezegd is de hypothese dat de kapel is gebouwd in de richting van de zonsopgang op een heiligendag van Maria en dat het koor in 1388 is aangebouwd in de richting van de zonsopgang op een heiligendag van Johannes de Doper.

Welke heiligendagen komen hiervoor in aanmerking? Zowel Maria als Johannes hebben meerdere heiligendagen op verschillende momenten in het jaar waarop de zon in verschillende richtingen opkomt. We moeten daarom op zoek naar heiligendagen waarop de zon precies opkomt in de richting waarin de kapel en het koor zijn gebouwd.

Voor de kapel komt hiervoor de Maria tenhemelopneming op 15 augustus in aanmerking. Voor het koor is dat de onthoofding en marteldood van Johannes de Doper op 29 augustus. Zie het tabel hieronder:

BouwjaarPatroonheiligeHeiligendagDatum
Kapel+/- 1290Maria (tot 1388)Maria tenhemelopneming15 augustus
Koor1388Johannes de Doper (na 1388)Marteldood Johannes de Doper29 augustus

Op deze twee dagen komt de zon precies op in het verlengde van de daklijnen van het schip en het koor. De naamdagen corresponderen met de patroonheiligen en het lijkt er sterk op dat hierin de verklaring ligt van de knik in de Dorpskerk. Zie de afbeeldingen hieronder:

De knik als symbool van geloof en verandering

De knik in de Dorpskerk lijkt hiermee geen bouwfout of slordigheid te zijn, maar een bewuste keuze van de middeleeuwse bouwmeesters. Het schip van de oude kapel werd georiënteerd op de zonsopgang van Maria’s hoogfeest, de Tenhemelopneming op 15 augustus. Toen de kapel in 1388 werd uitgebreid tot parochiekerk, kreeg Johannes de Doper de plaats van patroonheilige. Het nieuwe koor werd daarom uitgelijnd met de zonsopgang op zijn heiligendag, 29 augustus, de dag van zijn marteldood.

Wat op het eerste gezicht slechts een kleine afwijking in de daklijn lijkt, vertelt dus een veel groter verhaal. De knik markeert de overgang van kapel naar parochiekerk, van Maria naar Johannes, en verbindt het gebouw letterlijk met de dageraad. In steen en zonlicht is de verandering van 1388 nog altijd zichtbaar – een tastbaar symbool van geloof en verandering in het historische hart van Katwijk aan den Rijn.